Skip to content
Staat van de Uitvoering
24 March 2025

Boekpresentatie ‘Zo kan het ook’ tijdens Staatpraat

Donderdag 20 maart stond in Nieuwspoort een flinke portie positieve bestuurskunde op het programma. De Staatpraat stond dit keer geheel in het teken van het boek ‘Zo kan het ook’.

“Je kunt veel leren van wat niet goed is gegaan, maar ook van wat wél goed gaat.’ Zo opent directeur-generaal Volksgezondheid Marjolijn Sonnema namens de Stuurgroep van de Staat van de Uitvoering de avond. ‘Als stuurgroep willen we niet alleen vanuit het negatieve redeneren, maar ook met positieve voorbeelden komen.’ Daarom geeft de Staat van de Uitvoering met plezier het podium aan de makers van het boek waarin 15 inspirerende voorbeelden binnen de publieke sector worden belicht.

Stuurgroeplid Marjolijn Sonnema in gesprek met dagvoorzitter Tom Jessen

Geen eindpunt, maar begin

Dagvoorzitter Tom Jessen geeft het woord aan Paul ’t Hart die de avond beschrijft als een ‘feest voor het hele team.’ Hij, Wouter Jan Verheul en Erik-Jan van Dorp zijn niet de enige mensen die aan het boek werkten. Het is een collectief product, waaraan ook collega-bestuurskundigen en actoren uit de cases meeschreven.

Na het verschijnen van titels als ‘Dat had niet zo gemoeten!’ (Roel Bekker, 2020) en ‘Zo hadden we het niet bedoeld’ (Jesse Frederik, 2021) vraagt ’t Hart zich af: kunnen we ‘het’ nog wel? “Niemand van ons ontkent dat er heel veel dingen fout zijn gegaan, maar het cliché van Nederland als het goed georganiseerde land is geen geluk, noch toeval.”

De recent met de NWO-Stevinpremie gelauwerde wetenschapper gaat daarom samen met zijn collega’s op zoek naar 15 inspirerende cases met “maatschappelijke meerwaarde die de tand des tijds weerstaan.” Verwacht geen boek met statistieken, maar een met verhalen. Hij noemt het boek verder ‘het begin van een conversatie, geen eindpunt.’

Naast de 15 cases, is er een slotwoord van de wetenschappers dat een keer geen ‘to do’s’ bevat, maar vooral vragen meegeeft aan de lezer waaraan te denken bij soortgelijke cases. De boodschap? Bezint eer ge begint.

Hoogleraar Paul 't Hart: "Kúnnen we het nog wel?"

Experimenteerruimte in City Deals

Elke case in het boek draagt een belangrijk kernprincipe uit. ‘Experimenteer in verbinding’, is het principe dat centraal staat bij de City Deals waarover Eva Vermeulen, projectleider en onderzoeker bij Platform31 vertelt. 
 
“Interbestuurlijk samenwerken wordt steeds vaker gezien als noodzakelijk voor de aanpak van complexe vraagstukken, maar de praktijk is weerbarstig,” schetst ze. De City Deals -waarin concrete samenwerkingsafspraken tussen steden, Rijk, andere overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden verankerd- laten zien dat het wel kan.  

Bij de City Deal Inclusieve Stad namen vijf steden de ruimte om -in de luwte van media en politiek- te experimenteren in het sociaal domein. Vermeulen noemt het voorbeeld van een langdurig werkloze die van de gemeente een tweedehands auto kreeg om bij een werkgever op afstand aan de slag te kunnen. Het bespaarde uitkeringskosten. “Veel experimenten zijn in de loop der tijd opgeschaald en leidden tot vernieuwend beleid en een ander mensbeeld. Zo is er nu de mogelijkheid om een verkeersboete in termijnen te betalen.” De lessen uit deze case: creëer ruimte om te experimenteren en experimenteer met lef.  

Projectleider Eva Vermeulen over experimenteerruimte in City Deals

Vooraf ingevulde aangifte Belastingdienst 

Verlaag de drempel. Dat is het kernprincipe dat centraal staat in de case van de vooraf ingevulde aangifte (VIA) van de Belastingdienst, waarop Erik-Jan van Dorp zich stortte.  

Hij schetst de drempels op de weg tussen burgers en overheden: 

  • Cognitieve drempels: je moet er best veel van af weten. 
  • Nalevingsdrempels: weten hoe het moet, staat nog niet gelijk aan doen. 
  • Psychologische drempels: door factoren als tijdsdruk, stress en schaamte om hulp in te moeten schakelen.  

“Het geheim van de VIA is niet alleen dat het makkelijker is, maar ook dat al die persoonlijke informatie niet bij een ander terecht komt. De VIA is van onbesproken gedrag.” De VIA verlaagt niet alleen de drempels voor inwoners. Ook de Belastingdienst zelf ervaart de voordelen van deze dienstverlening: het is sneller, completer, bevat minder fouten en heeft bijgedragen bij aan de digitalisering van de publieke dienstverlener.  

Universitair docent Erik-Jan van Dorp: "Verlaag de drempel."

Overhandiging aan unsong hero 

Het is tijd voor de officiële overhandiging van het boek. Paul ’t Hart overhandigt het boek aan een ‘onbezongen held’: topambtenaar Gert-Jan Buitendijk. “Je hebt een ironische positie: als er iets misgaat, komt de topambtenaar in beeld. Maar al dit soort succesverhalen worden nooit aan topambtenaren toegeschreven.” 
 
Gert-Jan Buitendijk dankt de heren voor de inspiratie: ”Prachtige voorbeelden van vindingrijkheid en creativiteit.” Als coach van een korfbalteam legt hij de parallel met sport: “Wanneer je de nadruk legt op dingen die goed gaan, wordt dat team steeds beter.” Ook levert het boek in zijn beleving een mooie bijdrage aan de trots op het ambtenarenvak. 

SG Gert Jan Buitendijk: "Prachtige voorbeelden van vindingrijkheid en creativiteit."
Paul 't Hart en Gert-Jan Buitendijk

Panelgesprek over de bedoeling, tussenruimte en lef 

Wouter Jan Verheul, Nanette van Schelven (directeur-generaal Douane) en Alexander Pechtold (algemeen directeur CBR) nemen plaats in het panel.  

Verheul beschrijft met welk gevoel hij de uitnodiging van ’t Hart aannam om mee te schrijven: “Ik ben opgevoed met kritische wetenschap. Maar alleen maar leren van fiasco’s is als leren zonder kompas. Als wetenschapper, docent en adviseur wil ik ook laten zien hoe t wel kan. Door successen te erkennen, gaan mensen harder lopen. En dat is wat nu nodig hebben.” 
 
Dat erkent ook van Schelven, die verwijst naar het tv-programma De Douane in Actie: “Mensen staan aan omdat ze trots zijn op hun werk. Als je hen ziet en waardeert, zetten ze die stap harder.” 

Universitair docent Wouter Jan Verheul aan het woord. Naast hem DG Douane Nanette van Schelven en directeur CBR Alexander Pechtold.

Ze pleit ook voor positieve framing: “Toen ik net bij de Douane kwam, werd er over de Brexit gesproken als ‘het monster dat we moesten temmen’. We hebben ervoor gekozen dat frame te draaien: door niet de risico’s centraal te stellen en beloftes te doen, maar te laten zien wat we allemaal wél deden. Dat vraagt ander taalgebruik. Als je met een rechte rug zegt: ik ga dat varkentje wassen, dan durf je ook meer te experimenteren.” 
 
“Een deel van de oplossing schuilt er ook in dat leiders professionaliteit centraal moeten stellen.” Voegt Pechtold toe. “We moeten mensen stimuleren om niet in termen van de grenzen van de wet te handelen, maar vanuit de bedoeling. Dat hebben we ze een beetje afgeleerd. Toen ik bij het CBR kwam, leken de medewerkers lamgeslagen door negatieve media. Maar we moeten mensen fouten durven laten maken. Dat maakt het werk ook leuker.” Hij noemt het voorbeeld dat een examinator geen examen mag afnemen bij mankementen aan een auto. “Het kwam voor dat een rij-examen niet doorging, wanneer een ruitenwisser het niet deed. Nu zeggen we: rijden!” 

Het panel staat ook stil bij samenwerking. Van Schelven laat weten: “We werken nauw samen met bedrijven, onze doelgroep. Het overleg tussen Douane en het bedrijfsleven is geïnstitutionaliseerd. Nederland is daar uniek in. We zijn het niet altijd met elkaar eens, maar hebben afgesproken om elkaar niet te verrassen. Dankzij die samenwerking ben je in staat te experimenteren, tussenruimte te pakken.”

“Die tussenruimte -buiten bestaande kokers met elkaar samenwerken- draait om lef,” vult Verheul aan. “Organisaties worden afgerekend op hoe je het doet in de lijn, maar ook in de case uit het boek over De Groene Loper in Maastricht zie je dat de nieuwe inhoud pas op tafel komt in de samenwerking tussen gemeenten, provincies en Rijk.”

Panelgesprek tijdens Staatpraat

In navolging van de opmerking van ’t Hart dat dit pas het begin is, pleit Pechtold voor een volgend boek met de titel ‘Hoe kan ’t wat minder?’ “We moeten onszelf dagelijks de vragen stellen: Wat ben ik aan ’t doen? Wat is onze hoofdtaak? En kan het wat minder? En we moeten niet alleen die vraag stellen, maar ook aan de slag gaan.”

“Wat verwacht je van het boek?” vraagt Tom Jessen tot slot aan Verheul. “Ik hoop dat heel veel mensen de onderliggende principes in hun eigen casus gaan gebruiken,” is het antwoord. “Het gaat om stekken en opkweken.”

Meer over het boek 

Na afloop van de Staatpraat praatten Otto Thors en Martijn Grimmius van podcast de Publieke Ruimte na met Paul ’t Hart, Alexander Pechtold en Nanette van Schelven. De aflevering is te beluisteren via Spotify en Apple Podcast. 

Wouter Jan Verheul en Erik-Jan van Dorp waren verder te gast in Met het Oog op Morgen. 

Interesse in het boek? Het is te bestellen via de reguliere kanalen en bij Boom Uitgevers.