Ga naar de inhoud
Staat van de Uitvoering
13 maart 2023

Sandra van Thiel reageert op de Staat – In alle Staten

Hoogleraar bestuurskunde Sandra van Thiel doet vrijwel haar hele werkende leven al onderzoek naar uitvoeringsorganisaties. Voor de rubriek ‘in alle Staten’ vroegen we haar om een reactie op de Staat van de Uitvoering. Wat valt haar op?

Over Sandra van Thiel

Sandra van Thiel is hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit en parttime verbonden aan de Radboud Universiteit. Al ruim 25 jaar doet Van Thiel onderzoek naar uitvoeringsorganisaties. Naast haar academische werk verricht ze veel onderzoek voor overheden en uitvoeringsorganisaties. Op die manier is ze ook verbonden aan de Staat van de Uitvoering en deed ze onder meer onderzoek naar ZBO-evaluaties.

“Waar blijft de trialoog tussen politiek, ministerie en uitvoering?”

Sandra van Thiel
Sandra van Thiel

“Op 18 januari jl. werd de Staat van de Uitvoering gepresenteerd. Een goed onderbouwde, brede analyse van problemen in de uitvoering van beleid met veel voorstellen om tot oplossingen te komen.

Deze analyse bouwt voort op analyses die in de afgelopen jaren zijn gedaan, zoals het rapport Werk aan Uitvoering (WAU), het rapport van de Tijdelijke Commissie Uitvoeringsorganisaties (TCU) en de adviezen van onder meer Herman Tjeenk Willink. Deze analyses zijn voor mij, als onderzoeker van uitvoeringsorganisaties, heel herkenbaar. Ze laten zien dat problemen in de uitvoering niet alleen te wijten zijn aan de uitvoering, maar evenzeer of zelfs vaker aan ondeugdelijk of onuitvoerbaar beleid, politieke druk die ook nog sterk incident gedreven is, te weinig middelen, te veel nadruk op doelmatigheid in plaats van andere (publieke) waarde, enzovoorts.

Dat is echter niet het beeld dat de meeste burgers krijgen na lezing van de berichtgeving in de diverse media. De aandacht voor de uitvoering van beleid en voor uitvoeringsorganisaties is de laatste tijd sterk toegenomen, vooral door de kinderopvangtoeslagaffaire van de Belastingdienst die het kabinet zelfs noodlottig werd.

Werk aan Uitvoering

Uit de analyses van WAU en TCU zijn diverse activiteiten voortgekomen. Deze activiteiten beslaan zes ‘sporen’. Voor alle sporen zijn onder leiding van het WAU-programmabureau werkgroepen gevormd, worden activiteiten, seminars en workshops georganiseerd, kennis uitgewisseld en nog veel meer (zie www.werkaanuitvoering.nl). Het rapport van de Staat van de Uitvoering maakt deel uit van spoor 5 en is een van de meest zichtbare uitkomsten tot nu toe.

Ondanks de toegenomen aandacht en urgentie voor de problematiek van de uitvoering, spelen de meeste WAU-activiteiten zich namelijk achter de schermen af; in de departementen bij de afdelingen die belast zijn met de aansturing van uitvoeringsorganisaties, en bij de uitvoeringsorganisaties. De burgers merken daar vooralsnog niets van, ook omdat er in de media weinig over geschreven wordt.

De presentatie van de Staat van de Uitvoering heeft wel tot wat berichten geleid, maar dan weer niet tot bijvoorbeeld aandacht in de Tweede Kamer. Dat betekent dat de activiteiten het risico lopen om vooral een ambtelijke exercitie te zijn en blijven. Het momentum dat werd gecreëerd door het verschijnen van de rapporten en de val van het kabinet dreigt daardoor verloren te gaan. En dat terwijl we weten dat een betere samenwerking tussen beleidmakers en uitvoerders echt tot beter en beter uitvoerbaar beleid leidt; het voorbeeld van de NOW-regeling laat dat zien.

Oproep aan de politiek

Maar ik zie met name op het politieke vlak nog maar weinig echte vorderingen. Het debat over het rapport van de TCU was bijzonder lauw, de aandacht voor incidenten blijft het debat overheersen en de adviezen van bijvoorbeeld de Werkgroep Van der Staaij (die meer contact tussen Kamerleden en uitvoeringsorganisaties aanraadt) moeten nog worden geïmplementeerd. En dat terwijl er juist veel te verwachten is van contact tussen Kamerleden en uitvoeringsorganisaties; de technische briefing door de Belastingdienst aan leden van de Tweede Kamer over de mogelijkheden en onmogelijkheden voor de spaartaks-compensatie leidde duidelijk tot meer inzicht en realistischere verwachtingen bij de Kamerleden.

In het zesde WAU-spoor dat over de rol van de politiek gaat, wordt gesproken van de wens om tot een trialoog te komen; een gesprek tussen politiek, ministerie en uitvoering. Ook in de Staat van de Uitvoering worden diverse voorstellen gedaan om tot zo’n trialoog te komen. Dat vraagt echter dat politici ook openstaan voor zo’n gesprek en daar is mijns inziens nog niet veel van te merken. In de Staat van de Uitvoering steken de uitvoeringsorganisaties duidelijk hun hand uit, de grote vraag is wie in de politiek daaraan gehoor gaat geven.”

Sandra van Thiel

Ontdek meer:
7 maart 2023

Bernard ter Haar reageert op de Staat – In alle Staten

Lees dit artikel