Ga naar de inhoud
Staat van de Uitvoering
Christa Klijn in gesprek met Tom JEssen
8 april 2024

Zet de toekomst op de agenda

Denk je eens in: hoe ziet je leven eruit over tien jaar? En de publieke dienstverlening, waar moeten we rekening mee houden tegen die tijd? Op woensdag 3 april was dat de uitdaging tijdens de Staatpraat over de Toekomstverkenning Publieke Dienstverlening 2035. We bespraken de trendverkenning die de eerste stap vormt van de toekomstverkenning.

Praten over 2035. Dagvoorzitter Tom Jessen nodigt Christa Klijn uit om het belang hiervan te duiden. Christa is programma-directeur-generaal Werk aan Uitvoering (WaU) en lid van de stuurgroep van de Staat van de Uitvoering. WaU is een overheidsbrede opgave. En die overheidsbrede samenwerking is ook nodig om antwoorden te formuleren op vraagstukken van de toekomst, zegt Klijn.

‘Zorg dat je de tijd neemt om het gesprek over de toekomst met elkaar te voeren’

Ze erkent dat het lastig is om met elkaar stappen te zetten om voorbereid te zijn op de toekomst van de publieke dienstverlening. Het zijn vraagstukken die niet morgen al geregeld zijn, maar een aanloop nodig hebben. Bovendien zijn het onderwerpen die in de dagelijkse hectiek gemakkelijk van tafel gaan. DE korte termijn en incidenten regeren immers de waan van de dag. ‘Zorg dus dat je de tijd neemt om dat gesprek met elkaar te voeren,’ is de dringende oproep van Christa Klijn.

Christa Klijn, programma-directeur-generaal Werk aan Uitvoering (WaU) en lid van de stuurgroep van de Staat van de Uitvoering

In gesprek over trends

Hoe ziet de toekomstige mix van mensen, middelen en technologie eruit? Dat is de centrale vraag in de Toekomstverkenning Publieke Dienstverlening 2035. Het woord is aan Paul de Ruijter, die met zijn team werkt aan de toekomstverkenning, in opdracht van de Staat van de Uitvoering.

‘We zitten allemaal op verschillende boten, maar vormen wel één vloot’

De toekomstverkenning komt voort uit oproep 3 van de Staat van de Uitvoering 2022: ontwikkel samen een beeld van trends en bijbehorende dilemma’s in de publieke dienstverlening. Met de kabinetsreactie op de Staat volgde de officiële opdracht.

Paul de Ruijter: ‘Alle uitvoeringsorganisaties hebben een eigen visie, maar wat de publieke dienstverleners delen zijn de trends die op ons afkomen. We krijgen allemaal te maken met zaken als vergrijzing, AI, extreem weer en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen zoals minder vertrouwen in de overheid. Als je fundamenteel iets wilt doen, moet je op tijd nadenken. Krijgen we wind mee of tegen? We zitten allemaal op verschillende bootjes, maar vormen wel één vloot. En er zijn geen slechte scenario’s, alleen slechte voorbereiding.’

Download hier de presentatie van Paul De Ruijter.

Paul de Ruijter, strateeg en directeur De Ruijter Strategie

Haai of dolfijn?

De toekomstverkenning vindt plaats in drie stappen: de trendverkenning is inmiddels afgerond. In juni volgt een set scenario’s: wat zou er kunnen gebeuren tussen nu en 2035? En daarna gaan we in gesprek over dilemma’s en implicaties.

Om in de metafoor van zeilen te blijven: de bedoeling van trendstudie is om nu al de vinnen te zien. In de scenariofase wordt duidelijk: is het een haai of een dolfijn? Om vervolgens over de opties na te kunnen denken. In het geval van een haai beslissen we dan: varen we eromheen, doden we ‘m of hanteren we een andere tactiek?

Trendverkenning

De Ruijter heeft samen met adviseurs van de Staat van de Uitvoering talloze rapporten doorgespit over demografie, ecologie, geopolitiek en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen. Om deze vervolgens te comprimeren tot 30 trends, verdeeld over 3 onderwerpen: mensen, middelen en technologie.

Download hier de volledige trendpresentatie.

Tijdens de Staatpraat gaan we per onderwerp met elkaar in gesprek. Maar eerst vat Sharda Tewari de relevante trends kort samen. Aan het einde van elke video is een burger of ondernemer te zien, die reflecteert op de toekomst.
(Transscripts van de video’s volgen zo spoedig mogelijk.)

Mensen – Trends richting 2035

In de toekomst Verkenning publieke dienstverlening 2035 staat het perspectief van ondernemers en burgers centraal. Maar over welke mensen hebben we het dan? Dat mensen ouder worden? Dat weten we. De komende tien jaar gaan we 700.000 mensen voor het eerst AOW aanvragen, waarmee het totaal aantal ouderen op 4,3 miljoen komt. Er zijn dan zo’n 155.000 extra mensen nodig in de zorgsector en één op de drie mensen is dan bezig met mantelzorg.

Meer oudere mensen betekent ook meer mensen met beperkingen en een kleiner sociaal netwerk die dus minder zelfredzaam zijn. Over tien jaar hebben we ook meer mensen. Er komen naar verwachting per saldo 600.000 tot 1,5 miljoen burgers bij. Onder andere door migratie. Deze mensen krijgen voor het eerst te maken met de verschillende domeinen van de Nederlandse overheid, van gemeente tot belastingdienst, van de SVB en DUO tot het COA.

En een groot deel van deze groep is de Nederlandse taal nog niet machtig, maar moet wel terechtkunnen bij de publieke dienstverlening om hier een bestaan op te kunnen bouwen. Doordat er meer ouderen en nieuwe burgers bij komen, wordt de vraag naar publieke dienstverlening dus groter. Maar het werk moet worden uitgevoerd met minder mensen, want de arbeidsmarkt blijft waarschijnlijk krap.

Hierdoor ontstaat concurrentie om de arbeidskrachten die er nog wel zijn. De overheid zal niet alleen de strijd moeten aanbinden met ondernemers en bedrijven, maar ook de uitvoeringsorganisaties onderling zullen met elkaar wedijveren om mankracht. En die opgave vindt plaats in een systeem waarin het wederzijdse vertrouwen tussen overheid en burger onder druk staat. Als die spiraal doorzet, wordt het voor de overheid nog moeilijker om goed te functioneren.

Burgers en bedrijven haken af en keren de overheid de rug toe. En steeds minder mensen zullen nog willen werken in de publieke sector. Voor de komende tien jaar betekent dit dat we in de uitvoering dubbel werk zo veel mogelijk moeten voorkomen. Vereenvoudiging van wetten en regels staat al op de agenda, maar het begint nu echt urgent te worden.

Als het simpeler kan, kan het met minder mensen. Het wordt nog belangrijker om duidelijke keuzes te maken. Waar geven we ons geld aan uit? Hoe zorgen we dat meer inzet bij de ene uitvoeringsorganisatie niet automatisch leidt tot tekorten bij de andere? Kortom, waar zetten we de schaarse mensen voor in? Ik ben Wietske, ik ben 34 jaar. Ik woon hier in beeld met mijn partner en twee zoontjes Jens van twee en Stijn van nu nog vijf maanden.

Twee heel lieve ouders wonen vlakbij. Zijn hele grote hulp. Net met pensioen of bijna met pensioen. Twee zussen. Ben teamleider bij een één ste organisatie. Mijn man werkte bij Defensie waar ik het meeste zorgen over maak. Over tien jaar. Nou ik denk gewoon tijd. Dus hoe krijg je het allemaal voor elkaar? Euh, scholen zijn om 3.00u afgelopen, maar dan moet er nog van alles.

Euh, huiswerk? Euh, sporten? Uh, muziekles. Als je gewoon werkt, ja, hoe laat ben je dan thuis? 6.00u of zeven? Hoe ga je dat regelen met uh, met opvang en praktische zaken? En al helemaal als de gezondheid van mijn ouders en m’n schoonouders achteruit gaat. Uhm, waar moet je die tijd vandaan halen? Ik heb altijd mezelf full time uh als fulltime werkende gezien, maar ik kan me wel voorstellen nu ik weet hoe het is om twee kleintjes erbij te hebben, dat uhm ja, dat je misschien toch moet kiezen uiteindelijk om uh of ik of misschien m’n man uh ja toch minder moet gaan werken uiteindelijk omdat ik denk dat het gewoon te te druk wordt dat er te veel van je verwacht wordt. Niet alleen qua tijd, maar ook gewoon qua wat je al in je hoofd uh aankan waar je allemaal over na kan denken. Tegelijkertijd. Uhm, zeker met m’n ouders schoonouders die gewoon ouder worden. Nu gaat t allemaal nog de N krijg je nog hulp, maar ik denk echt dat straks dat er allemaal bijkomt.

Ja, ik maak me dan wel zorgen hoe je dat allemaal moet regelen, maar ook letterlijk hoe. Ik heb geen idee wat voor hulp je kan krijgen vanuit de overheid of waar je dan moet zijn wat voor een actie dan moet ondernemen. Ten eerste dat ze me niet moeilijker gaan maken doordat ik ook me daar nog zorgen om moet maken van oké, hoe werkt dit allemaal, hoe moet ik dingen aanvragen, dat soort zaken.

Maar ik hoop eigenlijk dat ze daar ook gewoon bij kunnen helpen. Dus dat je gewoon uh weet van oké, ik krijg nu met man mantelzorg te maken bijvoorbeeld. Wat moet ik dan doen? Waar moet ik dan beginnen? Welke instanties heb je dan verwacht dat ook van de overheid dat ze uh dat de instanties waar je mee te maken krijgt dat die wel echt uh menselijk blijven, dus dat ze naar je blijven luisteren als je in een squeeze zit.

Ik weet niet of dat mag verwachten. Ik vind t lastig in te schatten wat een overheid allemaal voor je kan betekenen, maar dat zou wel heel mooi zijn.

Met Mentimeter vroegen we de aanwezigen naar hun gedachten rondom de trends en ging Tom Jessen in gesprek met gasten. Diverse waardevolle reacties kwamen voorbij. De Ruijter heeft ze allemaal genoteerd en neemt ze mee in de scenariovorming. Bekijk hier alle Mentimeter uitslagen.

Patricia Honcoop, projectleider arbeidsmarkt bij het A&O fonds Gemeenten, deelt haar zorgen over het aankomende ‘financiële ravijn’, dat gepaard gaat met meer taken voor de gemeenten.

Honcoop werkt aan een rapport over ontwikkelingen op de gemeentelijke arbeidsmarkt. Met inspirerende voorbeelden om het werk anders te organiseren. Als voorbeeld noemt ze de Fryske Flekspool, een personele samenwerking tussen gemeenten en provincie.

Patricia Honcoop van het A&O fonds Gemeenten

Middelen- Trends richting 2035

In de toekomstverkenning Publieke Dienstverlening 2035 kijken we niet alleen naar mensen en technologie, we kijken ook naar de middelen die in de toekomst nodig zijn. Deze middelen zijn afhankelijk van ontwikkelingen op het gebied van overheidsinkomsten en overheidsuitgaven.

We zetten de belangrijkste prognoses hierover kort op een rij, te beginnen bij de inkomsten. Die zullen teruglopen. Over tien jaar zijn er meer gepensioneerden en een relatief kleinere beroepsbevolking. Dat leidt ertoe dat er minder sociale premies worden opgebracht. Waren er bij de invoering van de AOW in 1957 nog zeven werkenden per gepensioneerde, nu zijn dat er nog maar drie en in 2040 slechts twee.

De overheid ontvangt dus steeds minder inkomsten uit belastingen, terwijl de uitgaven juist fors stijgen. Het draagvlak voor het solidariteitsprincipe kan hierdoor onder spanning komen te staan. De rijksoverheid en de gemeentes zijn de afgelopen jaren sterk gegroeid, maar door de krapte op de arbeidsmarkt is het moeilijk alle vacatures te vervullen. Bedrijven hebben ook veel moeite om geschikt personeel te vinden.

Vooral in IT, zorg en techniek. Bovendien wordt personeel door deze schaarste duurder. De arbeidskrapte en hogere arbeidskosten zetten het ondernemingsklimaat in Nederland onder druk. De afgelopen jaren zien we dan ook dat er meer bedrijven zijn gekrompen dan gegroeid. En deze tendens heeft een remmende werking op de overheidsinkomsten.

We zien dus dat de overheidsinkomsten de komende tien jaar zullen dalen. Maar aan de uitgavenkant blijven de kost stijgen. Dit gebeurt deels bij de bekende dossiers. Zo zullen de uitgaven in de zorg richting 2040 verdubbelen tot € 174 miljard. Tegelijkertijd verwachten we meer te besteden aan de energietransitie en het woningtekort. Een stijgende rente kan daarbij zorgen voor een extra hoge kostenpost. Bovendien dwingen oplopende geopolitieke spanningen tot steeds hoger uitgaven aan defensie en veiligheid.

Maar daarnaast is er de komende jaren ook veel geld nodig om problemen uit het verleden op te lossen die lange tijd vooruitgeschoven zijn, zoals de veroudering van IT-systemen en fysieke infrastructuren zoals wegen en bruggen. De komende tien jaar is het de grote vraag welke financiële keuzes de politiek maakt, met name ten aanzien van de publieke dienstverlening.

Een bezuinigingsscenario is hierbij een hele reële mogelijkheid. Dit zou een trendbreuk zijn met de afgelopen jaren waarin geld voor steunpakketten en fondsen onbeperkt beschikbaar was. Dus wordt er straks bezuinigd of blijven de middelen onbeperkt beschikbaar? En wie gaat richting 2035 de rekening betalen? Worden dat de specifieke domeinen of toekomstige generaties?

Ik ben Raymond Dubbeldam. Ik ben ondernemer van ons familiebedrijf. Wat mijn vader zestig jaar geleden gestart is. We werken met zo’n 300 mensen en zijn hoofdzakelijk actief, in de maakindustrie, in de techniek. En we zitten in Zuid-Holland.  Onze missie richting 2035. Ik denk dat veel familiebedrijven dat herkennen. We willen impact blijven maken er toe blijven doen. Dat geldt voor onze medewerkers, voor onze omgeving en ook voor onze klanten en onze afnemers.

En daarnaast hebben we uiteraard ook nog een gezonde groeiambitie de komende jaren. Om onze ambities in 2035 te bereiken, zien we een aantal belangrijke uitdagingen: AI en robotisering. Ook fysieke robotisering. Dat gaat echt wel grote impact hebben op ons bedrijf, op onze processen, op werk, binnen ons bedrijf. Er zullen banen veranderen, er zullen banen verdwijnen. Er zullen nieuwe banen bijkomen. Maar dat is nodig om competitief te blijven.

En dus zo zijn we nu ook al druk mee bezig. We hebben al veel gerobotiseerd. Daarnaast is natuurlijk de beschikbaarheid van personeel is een groot probleem. Niet alleen bij ons dat is overal in de technische industrie. Uhm, we concurreren ook een beetje met de met de overheid op sommige gevallen he. Energietransitie neemt ook mensen weg.

Daarnaast arbeidsmigranten. Die hebben we toch nodig, nu maar ook in de toekomst. En daar zullen we ook goede woningen voor moeten regelen. En ook de arbeidsvoorwaarden en omstandigheden zullen op orde moeten zijn. Daarnaast duurzaam ondernemen. Dat zal het gemeengoed zijn over tien jaar. Dan heb ik ‘t over footprint. Over goed werkgeverschap. Dat zal wel een onderdeel worden van onze ondernemersvisie.

 

Waar we tegenaan lopen om onze ambitie waar te maken.,2035 is heel breed gezegd. Dat is het gebrek aan aan visie van de overheid. Als ondernemer wil je de risico’s inschatten. Je moet kunnen investeren in de langere termijn en daar heb je gewoon een stuk plan voor nodig van de overheid.

En dat ontbreekt nu. Het ontbreken van een langetermijnvisie op duurzaamheid, op de op de woningmarkt, op arbeid, op de maakindustrie. En dat is alles bij elkaar denk ik een verslechtering van het ondernemingsklimaat in Nederland.  

Op het industrieterrein waar we zitten hebben we te maken met netcongestie. Als ondernemers ga je dan bij elkaar komen. Het delen van energie op hetzelfde industrieterrein. En dan loop je toch tegen de onmogelijkheden aan die Stedin, dat is eigenlijk de netbeheerder, waar Stedin mee te maken heeft. Dus dan leggen wij 2200 zonnepanelen. Je wil die energie op sommige momenten kunnen delen met andere mensen op het industrieterrein. Daarmee kan je echt een stuk van de netcongestie oplossen en dan past niet in de huidige wet- en regelgeving, dan wordt gewoon tegengewerkt. Als ondernemer is dat natuurlijk onbegrijpelijk. Je snapt heus wel het wettelijke kader, maar is het heel moeilijk om daar als ondernemer mee om te gaan. En ik denk als we die transitie meer zelf vorm willen geven, dat we daar echt wel anders naar moeten kijken.

Als Tweede Kamerlid van het CDA laat Inge van Dijk weten dat de ondernemer in de video een herkenbaar verhaal heeft. Hij pleit voor niet te veel wisselend beleid. Inge van Dijk realiseert zich dat de politiek daarvoor medeverantwoordelijk is. De politieke agenda laat zich nog erg leiden door de korte termijn. Ook de media zijn gefocust op het nieuws van vandaag. ‘We houden elkaar een beetje gevangen’, is haar conclusie.

Van Dijk laat weten dat er onlangs een motie is aangenomen om in de Kamer meer aandacht te organiseren voor de lange termijn. Mogelijk komt er een speciale commissie. Hoe dan ook moet de toekomst op de agenda. Haar eigen motivatie? ‘Er is veel onrust in de maatschappij. Dan is het fijn te weten dat we een schok kunnen opvangen en op de lange termijn financiële degelijkheid kunnen nastreven.’

CDA-Kamerlid Inge van Dijk

Technologie -Trends richting 2035

Naar aanleiding van de derde en laatste video over technologie, komt Nienke List, Teamlead politie van Overmorgen bij de directie Strategie & Innovatie vab Politie Nederland naar voren. Zij ziet vanuit de politie talloze kansen in technologie. ‘We investeren veel in kennis. Intern, maar ook met bedrijven en kennispartners zoals universiteiten.’ In een AI-lab experimenteert de politie al volop met de technologie. ‘Blijven experimenteren is dé manier om voorwaarts te komen.’

List noemt ook de ethische kant waar de politie rekening mee moet houden: privacy, juridische normen. Cybercrime neemt toe en discriminatie wil je voorkomen. ‘Als maatschappij moeten we de discussie voeren: hoe veilig willen we worden? En laten we met elkaar de verkenningen doen en debatten voeren over al deze relevante thema’s.’

Nienke List van Politie Nederland

Samenwerking is het altijd het antwoord

Christa Klijn rondt in gesprek met Tom Jessen de Staatpraat af: ‘Als er straks zoveel vacatures zijn, wat hebben we daarin dan nu te doen? Ook hoor ik op veel vlakken dat niet alleen bezuinigen de oplossing vormt. Het is belangrijk dat soort discussies nú te voeren.’ Klijn nodigt alle publieke dienstverleners uit om de uiteenzetting van trends te gebruiken; voor de eigen organisatie én in gezamenlijkheid.

‘Belangrijkste is om het niet in je eentje te doen, maar om in de driehoek van publieke dienstverleners, beleidsmakers en mede-overheden te bepalen waar we voor staan als overheid. Samenwerking is altijd het antwoord; we hebben mét elkaar iets uit te vinden.’

Reageren op de trendanalyse? Mail naar staatvandeuitvoering@ictu.nl

Opname podcast De Publieke Ruimte
Ontdek meer:
8 februari 2024

Meerwaarde toekomstverkenning schuilt in gezamenlijkheid

Lees dit artikel