Uitgangspunt is dat de democratische rechtsstaat niet alleen gestalte krijgt in wetgeving, bezwaar, beroep en rechterlijke controle, maar juist ook in de dagelijkse primaire besluitvorming: bij aanvragen, beschikkingen, digitale loketten, terugvorderingen, vergunningen, handhaving en andere concrete contacten tussen burger en overheid.
Onder de noemer ‘in één keer goed’ onderzoeken de auteurs hoe juridische kwaliteitszorg zo kan worden ingericht dat rechtsstatelijke kwaliteit al aanwezig is bij het ontwerpen van wetgeving en beleid, werkprocessen, opleiding, professionele ondersteuning en digitale systemen.
Het betreft geen empirisch onderzoek, maar een juridische en sociaalwetenschappelijke literatuurstudie. Daarin worden:
- Nederlandse bestuursrechtelijke grondslagen en de traditie van juridische kwaliteitszorg verkend;
- en verbonden met internationale ervaringen met Right First Time onderzocht, in het bijzonder uit het Verenigd Koninkrijk en Schotland;
- ook worden lessen getrokken uit de Australische Robodebt-affaire over geautomatiseerde besluitvorming;
- de betekenis onderzocht van rechtsstatelijkheid als organisatiedeugd en van ambtelijk vakmanschap;
- de positie van de eerste lijn en digitale systemen geanalyseerd;
- op basis daarvan acht aanbevelingen voor juridische kwaliteitszorg geformuleerd.