Hoe kunnen Kamerleden informatie van en over de uitvoering het makkelijkst en het best benutten? Dat is de centrale vraag in dit onderzoek in opdracht van de Staat van de Uitvoering.
Politiek en uitvoering verbinden als mensenwerk
Over dit onderzoek
-
Thema
Governance en informatievoorziening -
Datum
Mei 2026 -
Onderzoeksinstantie
Universiteit Utrecht -
Onderzoekers
Thomas Schillemans, Isa Bertram, Erik-Jan van Dorp, Judith Langerak en Sam Muller
Samenvatting onderzoek
De omvang en complexiteit van voor de uitvoering potentieel relevante informatie is zodanig groot dat bovenmenselijke kwaliteiten nodig zijn om die volledig en goed te verwerken. Doel van dit rapport is om met de kennis van gedrag te verkennen hoe de kans kan worden vergroot dat Kamerleden informatie van en over de uitvoering menselijkerwijs benutten.
Daarvoor worden inzichten uit gedragsonderzoek naar algemene menselijke belemmerende én bevorderende omstandigheden voor informatiebenutting vertaald naar de specifieke situaties waarin Kamerleden informatie van en over de uitvoering kunnen benutten. Naast een literatuurstudie hebben de onderzoekers aan de hand van desk research en interviews een aantal cases verkend: knelpuntenbrieven en begrotingen van CJIB en UWV en de Staat van de Uitvoering zelf.
Belangrijkste conclusies
Het onderzoek laat zien dat er allerlei belemmeringen zijn voor informatiebenutting. Die hebben aan de ene kant te maken met de politieke, bestuurlijke en rechtsstatelijke context. Er zijn:
- institutionele belemmeringen (zoals de complexiteit en omvang van de overheid);
- informationele belemmeringen (zoals de bruikbaarheid van informatie);
- politieke belemmeringen (zoals de dynamiek van vreedzame politieke strijd in de Kamer) en
- menselijke belemmeringen. Die hebben te maken met de kracht van bestaande overtuigingen(‘beliefs’), het vóórkomen van denkfouten (zoals ‘biases’) als ook met redeneerpatronen die informatiebenutting negatief beïnvloeden (zoals gemotiveerd redeneren en dichotoom denken).
Deze inzichten bieden concrete aandachtspunten waarmee met kennis van gedrag kan worden gewerkt aan het vermenselijken van de verbindingen tussen uitvoering en politiek om de kans op informatiebenutting van en over de uitvoering te vergroten.
Voor informatiebenutting zijn theoretisch vier factoren van groot belang:
- de informatievoorziening zelf;
- de informatierelatie;
- de benutte besprekingsformats en
- feedback.
Binnen die vier factoren zijn op basis van robuuste gedragsinzichten tien principes geformuleerd die van belang kunnen zijn om de kans op informatiebenutting over de uitvoering te vergroten.
| Doenbare Informatie-voorziening | Ontspannen relatie |
Gemotiveerde bespreking |
Echte feedback |
| Bruikbare informatie |
Deskundige informatiebrenger |
Kennisgerichte besprekingsformats | Gevolgen verbeelden |
|
Just-in-time informatie |
Proactieve informatieontvanger | Time-outs |
Informatiebenutting belonen |
| Navigabele informatie |
Bewustzijns-vergroting |
Aanbevelingen en tips
De belangrijkste aanbeveling is om met kennis van gedrag, in kleine maar betekenisvolle stappen, langzaamaan toe te werken naar het vermenselijken van verbindingen tussen politiek en uitvoering. Het biedt een lange termijn agenda die met allerlei kleinere maar betekenisvolle maatregelen kan worden uitgewerkt en uitgetest.
- Streef naar een doenbare informatievoorziening. De Kamer zou niet alleen tijdig, volledig en juist maar ook menselijk doenlijk moeten worden geïnformeerd.
- Een ontspannen relatie tussen uitvoering en politiek draagt positief bij aan de waarschijnlijkheid dat informatie van en over de uitvoering wordt benut.
- Een gemotiveerde bespreking in formats die de uitvoering centraal stellen is van belang om informatiebenutting over de uitvoering te bevorderen.
- Echte feedback op informatiebenutting en de gevolgen van beslissingen voor de uitvoering, en daarmee voor de samenleving, is belangrijk.
Voor de korte termijn zijn er daarnaast vier concrete aanbevelingen, waar direct na lezing van het rapport al werk van kan worden gemaakt en die een mooie start kunnen zijn.
- “100% uitvoeringstoets’”. De regering en de Kamers kunnen afspreken, en ook zelf realiseren, dat er bij wetsvoorstellen en amendementen altijd een uitvoeringstoets van goede kwaliteit is die makkelijk vindbaar is en standaard geagendeerd wordt. Het zou het veel doenbaarder maken voor de Kamer om informatie van en over de uitvoering te benutten.
- “Contactpersoon van de uitvoering”. Contactpersonen van de uitvoering die in de korte periode voorafgaand aan wetgevingsbehandeling direct en zo veel mogelijk permanent direct benaderbaar zijn voor (medewerkers van) Kamerleden kunnen bijdragen aan ontspannen relaties tussen politiek en uitvoering en directe informatievoorziening over de uitvoering.
- “Rapporteur voor de uitvoering”. Een vaste rapporteur voor de uitvoering in de Kamer legt het initiatief voor informatieverwerking iets meer bij de Kamer zelf, wat de informatiebenutting vermoedelijk verhoogt, en stimuleert tot een voor de uitvoering gemotiveerde bespreking in de Kamer.
- “Vriend(in) van de uitvoering”. Feedback op Kamerleden is er zeer veel maar nauwelijks specifiek op het punt van hun informatiebenutting over de uitvoering. Een kleine symbolische vorm van feedback zou een jaarlijkse prijs voor de vriend(in) van de uitvoering zijn. Dit zou het belang van informatiebenutting over de uitvoering onderstrepen en er enige echte feedback op realiseren.
Op zoek naar een kortere samenvatting? Bekijk de visualisatie van het onderzoek.